Kennisbank: gratis advies uit de regio

Sharon Potijk, eigenaresse

Sharon-contact



"Door samen naar een vraagstuk te kijken, worden problemen ineens héél anders benaderd".

Vul hieronder ons formulier in, en wij zullen u assisteren.

Vragen kost niks, kunnen we ergens mee helpen?

Maak het uzelf gemakkelijk en laat een korte boodschap achter waarna we u terugbellen of mailen.

Een moment geduld aub.


Sharon Administratie

Lyts Blijema 29
9001 LH Grou
Friesland
Nederland

+316- 505 23 604
info@sharonadministratie.nl

Afspraken met dga’s over het gebruikelijk loon waarbij dat gebruikelijk loon gelijk of lager is dan het standaardbedrag worden niet collectief opgezegd per 1 januari 2015.

Wat gebeurt er met afspraken over het gebruikelijk loon van de dga?Dat blijkt uit de Nota naar aanleiding van het verslag bij het Belastingplan 2015. Wel komt het verplichte overgangsrecht te vervallen.

Welke afspraken worden opgezegd?

Anders dan uit de Memorie van toelichting bij het Belastingplan 2015 is af te leiden, worden niet alle afspraken met dga’s per 1 januari 2015 opgezegd.

  • Afspraken waarbij het gebruikelijk loon gelijk is aan of lager dan het standaardbedrag worden niet collectief opgezegd.
  • De overige afspraken worden wel opgezegd.
  • Verder zal de wettelijk verplichte overgangsregeling vervallen. Deze wijziging is opgenomen in de tweede nota van wijziging op het Belastingplan 2015.

Toepassing van afspraken

Voor die afspraken die per 1 januari 2015 worden opgezegd, mag de dga de afspraak desondanks blijven toepassen op twee voorwaarden:

  1. dat het afgesproken loon wordt verhoogd tot 75/70e van het loon in 2014 in verband met de beperking van de doelmatigheidsmarge tot 25%; en
  2. de feiten en omstandigheden gelijk blijven.

Een nieuwe afspraak over het loon van de dga is pas vereist als de inspecteur of de inhoudingsplichtige contact opneemt om een nieuwe afspraak te maken, of wanneer de geldigheidstermijn van de bestaande afspraak verlopen is.

Gevolgen bij gebruik van de 75/70-fictie

Als een inhoudingsplichtige de 75/70-fictie toepast gedurende de looptijd van de opgezegde afspraak, en de feiten en omstandigheden gelijk blijven, zal de inspecteur het loon niet corrigeren. Bij de (vervallen) overgangsregeling zou dit wel hebben gekund. Deze tegemoetkoming geeft dus meer zekerheid aan de inhoudingsplichtigen. De inhoudingsplichtige is echter niet verplicht de 75/70-fictie toe te passen.

De nieuwe gebruikelijkloonregeling toepassen

Inhoudingsplichtigen zonder vaststellingsovereenkomst en inhoudingsplichtigen die geen gebruik willen maken van de 75/70-fictie moeten zelf de nieuwe gebruikelijkloonregeling toepassen. Voor deze groep inhoudingsplichtigen zijn de reguliere mogelijkheden voor de inspecteur met betrekking tot het corrigeren van de hoogte van het in aanmerking te nemen loon van toepassing. In de nota naar aanleiding van het verslag wordt opgemerkt dat het niet toepassen van de 75/70-fictie een signaal zijn voor de Belastingdienst om de hoogte van het gebruikelijk loon te onderzoeken.

 

Bron: Loonzaken. Na 28 oktober 2014 zijn er geen wijzigingen meer in dit artikel aangebracht, derhalve zijn ook wijzigingen in regelgeving of ontwikkelingen in de rechtspraak van latere datum, niet verwerkt.

 …

Continue Reading →

Hoe effectief is uw betalingsherinnering? Ongeveer driekwart van de mkb’ers heeft te maken met wanbetalers, zo heeft het Verbond van Verzekeraars recent becijferd. Wat kunt u doen?

Tip 1: Even bellen

U heeft de factuur gestuurd, maar de rekening is nog niet betaald? U kunt de klant ook even bellen. Dit is soms heel effectief. Door hem of haar te confronteren met de betalingsachterstand betaalt de debiteur de factuur vaak alsnog snel. Laat u echter niet verleiden door vage betalingstoezeggingen.

Tip 2: Begin vriendelijk

Een betalingsherinnering is nog geen aanmaning. Blijf dus vriendelijk, de aanmaning mag dwingender van aard zijn. De klant kan het inderdaad gewoon vergeten zijn.

Tip 3: Wees informatief

Het valt niet uit te sluiten dat uw klant de factuur gewoon kwijt is, of niet snel kan vinden. Zorg daarom dat op de betalingsherinnering alle informatie staat die de klant nodig heeft om het bedrag meteen over te kunnen maken.

Tip 4: Geef een korte termijn mee

Zet op uw betalingsherinnering een zinsnede zoals deze: “…verzoek ik u binnen 5-10 dagen zorg te dragen voor betaling”. Maak deze termijn niet te ruim, want de klant is al te laat. En zorg dat u meteen na afloop van deze termijn aan de telefoon hangt, zodat de klant weet dat u het uitblijven van de betaling serieus neemt.

Tip 5: Tijdig versturen

Maak tussen de regels door duidelijk dat u meteen in de gaten hebt wanneer een factuur te laat is. Laat merken dat u uw zaakjes goed op orde heeft. Als een klant merkt dat uw administratie een chaos is, zal dat zijn betalingsmoraal niet ten goede komen.

Tip 6: Geen motie van wantrouwen

Het is zaak de klant niet meteen tegen de haren in te strijken. Zorg voor een neutrale toon zodat uw klant de betalingsherinnering niet opvat als een motie van wantrouwen.

Tip 7: Eindig vriendelijk

Klanten wachten soms tot het uiterste moment met het betalen van hun rekeningen. Natuurlijk kan het ook zo zijn dat uw klant net betaald heeft. “Oh ja, die heb ik net betaald/wilde ik net betalen!” Neem daarom steeds deze klassieke, vriendelijke afsluiting op: “Voor zover deze brief uw betaling heeft gekruist, kunt u hem als niet verzonden beschouwen.”

Bron: De Zaak. Dit artikel is gepubliceerd op 28 oktober 2014.

 …

Continue Reading →

Een meewerkende dochter van de dga en tevens medeaandeelhouder is in dienstbetrekking, en dus verzekerd voor de werknemersverzekeringen.

De staatssecretaris van Financiën gaat niet in cassatie tegen het oordeel van Hof Den Haag dat een meewerkende dochter van de dga (en tevens medeaandeelhouder) verzekerd is voor de werknemersverzekeringen. Het hof kwam in een feitelijk oordeel tot de conclusie dat in het onderhavige geval sprake was van een dienstbetrekking.

Dochter in dienstbetrekking

Vormen werkzaamheden dochter een dienstbetrekking?

Een vennootschap die zicht bezighoudt met het ontwikkelen van vastgoedprojecten in binnen- en buitenland heeft een vader en diens zoon en dochter als aandeelhouders. De dochter is sinds 2002 werkzaam bij het bedrijf als directie- en managementassistente. Met ingang van 1 januari 2008 is zij opgenomen in de salarisadministratie en zijn premies werknemersverzekeringen ingehouden en afgedragen.

Op 14 juni 2011 heeft het UWV een ontslagvergunning verleend aan de vennootschap vanwege langdurige arbeidsongeschiktheid van de dochter. Dientengevolge is zij per 1 augustus 2011 ontslagen. Eerdere verzoeken om een arbeidsongeschiktheidsverzekering worden afgewezen (gedaan vanaf 2010).

De vennootschap verzocht de inspecteur om naheffingsaanslagen loonheffingen op leggen voor de heffing van premies werknemersverzekeringen over de jaren 2006 en 2007. De inspecteur merkt dit verzoek aan als een aanvraag tot het geven van een beschikking over het verzekerd zijn van de dochter voor de werknemersverzekeringen. Volgens de inspecteur is hiervan geen sprake.

Was er sprake van een gezagsverhouding?

Het oordeel van de inspecteur wordt gedeeld door Rechtbank Den Haag. Volgens de rechtbank werkte de dochter zodanig zelfstandig dat er geen sprake was van een gezagsverhouding en zodoende ook niet van een dienstbetrekking.

In hoger beroep komt Hof Den Haag echter tot een ander oordeel.

  1. Volgens het hof is aan de vereisten van beloning en verplichting om arbeid te verrichten voldaan.
  2. De vraag is of een gezagsverhouding bestond tussen de vennootschap en de dochter. Hierdoor zou sprake zijn van een dienstbetrekking en dientengevolge een verzekeringsplicht vanaf 2002 voor de werknemersverzekeringen.

Het hof oordeelt dat de werkzaamheden binnen het organisatorische verband van de onderneming werden verricht, waarbij de dochter niet bevoegd was zelfstandig afspraken te maken of te bevestigen. Haar werkzaamheden gebeurden voor rekening en risico van de vennootschap. Zij werd ook aangestuurd door de bestuurder van de vennootschap, wat kan wijzen op een mate van ondergeschiktheid.

Geen cassatie

De staatssecretaris van Financiën ervaart het oordeel van het Hof als niet onbegrijpelijk. Het oordeel dat een dienstbetrekking aanwezig is, is zo feitelijk dat de

Continue Reading →

In het boetebeleid met betrekking tot privégebruik van de auto van de zaak kan de boete oplopen tot 100%. Maar dat moet wel in overeenstemming zijn met de ernst van de feiten.

In het Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst geldt als uitgangspunt voor grove schuld dat de inspecteur een boete oplegt van 25%. Op dit uitgangspunt bestaat een uitzondering:

–   Voor correcties met betrekking tot privégebruik van de auto van de zaak geldt dat de boete 40% is bij grove schuld.

–   Bij opzet bedraagt de boete 80%.

–  Als er sprake is van een onjuiste of onvolledige kilometeradministratie, dan is de boete zelfs 100%.

Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelde onlangs dat dit willekeurige regels zijn en verlaagde de boete naar 25%. De staatssecretaris gaat niet in cassatie, maar blijft wel bij zijn boetebeleid.

Geen goede rittenregistratie auto van de zaak

De zaak betrof een internationaal transportbedrijf dat aan een werknemer een personenauto ter beschikking had gesteld. De werkgever wist dat de kilometeradministratie voor een groot deel op stelposten was gebaseerd en dat de echte kilometerstand regelmatig niet aansloot bij de stand in de administratie. Ondanks deze kennis hield de werkgever bij zijn aangifte loonheffingen geen rekening met het privégebruik.

De inspecteur legt een naheffingsaanslag over 2010 op, omdat de rittenregistratie niet aan de vereisten voldoet. Omdat volgens de inspecteur sprake is van grove schuld (par. 25, lid 2 BBBB) legt hij de onderneming een vergrijpboete op van 100% (par. 28, lid 7 BBBB), die in bezwaar is verminderd tot 80%.

Boetebeleid en straftoemeting

Hof Arnhem-Leeuwarden heeft in deze zaak geoordeeld dat het aannemelijk dat de werkgever wist of moet hebben geweten dat geen adequate rittenadministratie kon worden overgelegd. Evenals de inspecteur is het hof van oordeel dat sprake is van grove schuld.

Het hof vindt echter dat paragraaf 28, lid 6 en lid 7 BBBB geen goede basis biedt voor een afgewogen straftoemeting. Gelet op alle feiten en omstandigheden is volgens het hof een boete van 25% in beginsel passend en geboden.

 –  Het hof noemde de verhoging van de boete naar 100% in geval van een onjuist of onvolledige kilometeradministratie (par. 28 lid 7                      BBBB) een willekeurige maatregel, waarbij, buiten de omstandigheid dat minimaal sprake moet zijn van grove schuld, de mate van   verwijtbaarheid losgelaten als criterium voor straftoemeting.

–  Ook de verhoging van de boete om de enkele reden dat de boete betrekking heeft op een bepaald onderdeel van de

Continue Reading →

Het stijgend aantal zzp’ers en de aanhoudende file- en mobiliteitsproblemen zorgen voor een groeiende behoefte aan flexibele huisvesting in het mkb.

Flexibele huisvesting is steeds populairder bij mkb

Flexibele huisvesting

Zowel mkb’ers als zzp’ers zijn steeds vaker op zoek naar flexibele huisvesting. Ze willen een ruimte huren zonder er voor lange tijd aan vast te zitten. Een greep uit het aanbod.

Flexibel huren voor het mkb

Als u op zoek bent naar een ruimte voor uw bedrijf zijn er tal van mogelijkheden, maar er is de afgelopen jaren een trend zichtbaar geworden: flexibel huren. Daarbij zit u niet direct voor langere tijd vast aan een ruimte. Dit kan al in veel bedrijfsverzamelgebouwen, maar er zijn meer mogelijkheden en er komen nog altijd nieuwe bij.

De algemene kenmerken van flexibel huren zijn:

1.  Het huren van ruimte voor een bepaalde tijd, bijvoorbeeld een aantal uren of een dag in de week, zonder dat u zich hoeft vast te leggen;

2.  Het huren van een eigen kantoor of bedrijfsruimte voor een korte periode met flexibele opzegtermijnen, in plaats van langlopende contracten;

3.  Het huren van vergaderruimte wanneer u deze nodig heeft;

4.  De ruimtes zijn gevestigd in een groot kantoor/bedrijvencomplex of businesscenter met andere ondernemers;

5.  Het huren van kleinere oppervlaktes is mogelijk;

6.  Online het aanbod bekijken van aangeboden ruimtes; bij sommige kunt u ook online reserveren;

7.  De kosten lijken soms hoog, maar naar verhouding bent u goedkoper uit (vaak fullservice en u betaalt alleen voor de gebruikte ruimte);

8.  Goed bereikbaar per openbaar vervoer en auto;

9.  Snel operationeel;

10. Totale service (receptie, ICT, et cetera);

11. Extra faciliteiten zoals café, lounge, catering.

Een voorbeeld: het Touchdown Center

Een van de (nog) regiogebonden spelers op de markt is het Touchdown Center. Hier kan van één uur tot drie jaar worden gehuurd, van een werkplek tot een naar eigen smaak ingerichte kantoorruimte.

“Het is thuiswerken, maar dan anders”, aldus Peter Oeberius Kapteijn, oprichter van Touchdown Center. “Ondernemers kunnen hier onder meer werkplekken huren voor zichzelf en voor medewerkers om de spits te vermijden. Ook bij werkgevers moet het besef groeien dat er anders moet worden omgegaan met het mobiliteitsprobleem. Er bestaat nog steeds scepsis over thuiswerken. Maar met deze oplossing zijn er wel de voordelen zoals productiever personeel, geen tijd verspillen in de file, maar niet de nadelen als het inrichten van een Arbo-verantwoorde thuiswerkplek.”

Zzp’ers kunnen een kleine, betaalbare kantoorruimte huren in plaats van een bedrijf

Continue Reading →

Waar ligt de grens tussen communicatiemiddel en computer? Hof Amsterdam vindt dat de iPad een communicatiemiddel is, waar Rechtbank Haarlem eerder oordeelde dat de iPad juist géén communicatiemiddel is.

De iPad: computer of communicatiemiddel?

iPad cadeau

Een mediabedrijf had in 2010 haar vaste medewerkers in 2010 een iPad gegeven. Zij hoefden hiervoor geen eigen bijdrage te betalen. Ook bestonden er geen afspraken tussen werkgever en werknemers over het gebruik van het apparaat. Bij het uit dienst treden mochten deze medewerkers hun iPad gewoon meenemen.

Rechtbank Haarlem meende dat de iPad geen communicatiemiddel is. Mede vanwege formaat, geheugen (32GB) en gebruiksmogelijkheden moest de iPad fiscaal als een computer gelden.

In hoger beroep oordeelt Hof Amsterdam nu anders. Het Hof vindt de parlementaire geschiedenis van het wetsartikel (artikel 15b van de Wet LB 1964) onvoldoende helder om een duidelijke afbakening te maken tussen apparaten die te beschouwen zijn als communicatiemiddel en apparaten die als computer zijn aan te merken. Sinds de eerste totstandkoming van deze bepaling in 2005-2006 heeft de technologische ontwikkeling geleid tot een verregaande vervaging van het onderscheid tussen computers enerzijds en communicatiemiddelen anderzijds. Deze onduidelijkheid speelde al in 2010, toen de iPads werden verstrekt door het bedrijf. De iPads hebben volgens het hof naar hun gebruiksmogelijkheden zowel elementen van een (klassiek) communicatiemiddel als elementen van een (klassieke) computer.

Fiscaal een computer of niet?

Voor de loonheffing is het toch nodig om een keuze te maken tussen communicatiemiddel (art. 15b, lid 1 f Wet LB 1964) of computer (art. 15b, lid 1 s Wet LB 1964). Een belangrijke overweging voor de hof om de iPad juist aan te duiden als communicatiemiddel is dat in elke situatie waarbij de gebruiker gegevens moet invoeren, er een toetsenbord verschijnt dat een belangrijk deel van het scherm in beslag neemt. Dit maakt de invoer van gegevens aanzienlijk minder vlot dan bij een computer het geval zou zijn. De beperkingen die hiervan een gevolg zijn, zijn niet of nauwelijks van belang bij de communicatietoepassingen (zoals sms, e-mail, en internet). Ze doen zich vooral voor bij die functies/applicaties die niet als communicatie zijn aan te merken. Het hof verwijst naar de woorden van de staatssecretaris in zijn besluit van 20 februari 2009 ten aanzien van smartphones: “het beeldscherm en de invoermogelijkheden zijn bij deze apparaten te beperkt voor langdurig gebruik als computer”.

Zakelijk gebruik van een communicatiemiddel

Waar een computer voor minimaal 90% zakelijk gebruikt zou moeten worden, ligt de lat

Continue Reading →

Nu de economie weer aantrekt, wilt u misschien weer meer personeel inhuren. Maar hoe voorkomt u onnodige kosten?

Bij het inhuren van personeel hangt uw aanpak af van de situatie van uw bedrijf. Ondoordachte keuzes kunnen leiden tot een kostbare financiële misser. Hieronder vindt u zes veel voorkomende valkuilen op een rij.

Selectie

1. Geen arbeidsrelatie: VAR-wuo en OVO

Een extra vraag naar arbeid begint vaak met het inschakelen van flexibel personeel. Volgens cijfers van het CBS is inmiddels één op de vijf werkenden een flexwerker.

Wilt u helemaal geen arbeidsrelatie, dan is de groeiende pool aan zzp’ers de oplossing. Om te voorkomen dat de fiscus oordeelt dat er toch sprake is van een dienstverband, moet u altijd zorgen dat:

  1. uw ingehuurde zzp’er een Verklaring arbeidsrelatie winst uit onderneming (VAR-wuo) kan overleggen;
  2. u de opdracht vastlegt in een zogenoemde Overeenkomst van Opdracht (OVO) tekent;
  3. u zonder uitzondering uitbetaalt op basis van facturering.

2. Positie van flexibel personeel

Het arbeidsrecht gaat in 2014 en 2015 flink op de schop. Onderdeel van de Wet werk en zekerheid is een versterkte positie van de flexwerker met een tijdelijk arbeidscontract. De belangrijkste zaken waar u mee te maken heeft:

  1. Flexwerkers krijgen sneller een vast contract.
  2. Voortaan geldt een wettelijke aanzegtermijn voor tijdelijke contracten van zes maanden of langer.
  3. U bent verplicht één maand voor de afloop van het tijdelijke contract schriftelijk te laten weten of u dit verlengt of niet.
  4. U mag slechts een concurrentiebeding ‘op grond van zwaarwegende belangen’ opnemen.

3. Wervingskosten

Als de zaken structureel in de lift zitten, gaat u misschien denken aan nieuw personeel Dat kunt u doen via een payroll- of uitzendbureau, maar daar hangt wel een prijskaartje aan.

Zelf doen is zeker met alle online mogelijkheden een alternatief. Wel kost het meer tijd dan uitbesteden en soms ook veel meer geld dan u denkt, zeker als u ad-hoc en niet gericht te werk gaat. Als u toch voor deze optie kiest, kunt u proberen de kosten te beperken. Houdt u vooral de volgende aspecten in de gaten:

  1. Bewaar alle brieven en cv’s van sollicitanten zodat u niet iedere keer opnieuw dure advertentiekosten hoeft te betalen als u iemand zoekt voor dezelfde functie.
  2. Kijk kritisch naar vacaturebanken. Tegenwoordig zijn veel goedkope en gratis alternatieven voor de grote, dure jobboards.
  3. Werkzoekenden kijken steeds vaker naar gespecialiseerde vacaturebanken. Zet uw vraag daarom gericht in op regio, branche of specialisme.
  4. Zet het netwerk
Continue Reading →