Een meewerkende dochter van de dga en tevens medeaandeelhouder is in dienstbetrekking, en dus verzekerd voor de werknemersverzekeringen.

De staatssecretaris van Financiën gaat niet in cassatie tegen het oordeel van Hof Den Haag dat een meewerkende dochter van de dga (en tevens medeaandeelhouder) verzekerd is voor de werknemersverzekeringen. Het hof kwam in een feitelijk oordeel tot de conclusie dat in het onderhavige geval sprake was van een dienstbetrekking.

Dochter in dienstbetrekking

Vormen werkzaamheden dochter een dienstbetrekking?

Een vennootschap die zicht bezighoudt met het ontwikkelen van vastgoedprojecten in binnen- en buitenland heeft een vader en diens zoon en dochter als aandeelhouders. De dochter is sinds 2002 werkzaam bij het bedrijf als directie- en managementassistente. Met ingang van 1 januari 2008 is zij opgenomen in de salarisadministratie en zijn premies werknemersverzekeringen ingehouden en afgedragen.

Op 14 juni 2011 heeft het UWV een ontslagvergunning verleend aan de vennootschap vanwege langdurige arbeidsongeschiktheid van de dochter. Dientengevolge is zij per 1 augustus 2011 ontslagen. Eerdere verzoeken om een arbeidsongeschiktheidsverzekering worden afgewezen (gedaan vanaf 2010).

De vennootschap verzocht de inspecteur om naheffingsaanslagen loonheffingen op leggen voor de heffing van premies werknemersverzekeringen over de jaren 2006 en 2007. De inspecteur merkt dit verzoek aan als een aanvraag tot het geven van een beschikking over het verzekerd zijn van de dochter voor de werknemersverzekeringen. Volgens de inspecteur is hiervan geen sprake.

Was er sprake van een gezagsverhouding?

Het oordeel van de inspecteur wordt gedeeld door Rechtbank Den Haag. Volgens de rechtbank werkte de dochter zodanig zelfstandig dat er geen sprake was van een gezagsverhouding en zodoende ook niet van een dienstbetrekking.

In hoger beroep komt Hof Den Haag echter tot een ander oordeel.

  1. Volgens het hof is aan de vereisten van beloning en verplichting om arbeid te verrichten voldaan.
  2. De vraag is of een gezagsverhouding bestond tussen de vennootschap en de dochter. Hierdoor zou sprake zijn van een dienstbetrekking en dientengevolge een verzekeringsplicht vanaf 2002 voor de werknemersverzekeringen.

Het hof oordeelt dat de werkzaamheden binnen het organisatorische verband van de onderneming werden verricht, waarbij de dochter niet bevoegd was zelfstandig afspraken te maken of te bevestigen. Haar werkzaamheden gebeurden voor rekening en risico van de vennootschap. Zij werd ook aangestuurd door de bestuurder van de vennootschap, wat kan wijzen op een mate van ondergeschiktheid.

Geen cassatie

De staatssecretaris van Financiën ervaart het oordeel van het Hof als niet onbegrijpelijk. Het oordeel dat een dienstbetrekking aanwezig is, is zo feitelijk dat de kans op succes bij de Hoge Raad te klein is om het beroep in cassatie door te zetten.

Sinds de invoering van de Wfsv op 1 januari 2006 bestaat de mogelijkheid om een (voor bezwaar en beroep vatbare) beschikking aan te vragen over de verzekeringsplicht. Via de omweg van een verzoek om naheffing van premies werknemersverzekeringen, door de inspecteur aangemerkt als een verzoek om een beschikking verzekeringsplicht, wordt bereikt dat de dochter alsnog verzekeringsplichtig is vanaf 2002. Dit leidt er naar alle waarschijnlijkheid toe dat zij alsnog een arbeidsongeschiktheidsuitkering verkrijgt vanaf 2010. Aan de dienstbetrekking bij de bv staat niet in de weg dat haar vader bestuurder is.

Bron: Loonzaken. Na 5 augustus 2014 zijn er geen wijzigingen meer in dit artikel aangebracht, derhalve zijn ook wijzigingen in regelgeving of ontwikkelingen in de rechtspraak van latere datum, niet verwerkt.