Waar ligt de grens tussen communicatiemiddel en computer? Hof Amsterdam vindt dat de iPad een communicatiemiddel is, waar Rechtbank Haarlem eerder oordeelde dat de iPad juist géén communicatiemiddel is.

De iPad: computer of communicatiemiddel?

iPad cadeau

Een mediabedrijf had in 2010 haar vaste medewerkers in 2010 een iPad gegeven. Zij hoefden hiervoor geen eigen bijdrage te betalen. Ook bestonden er geen afspraken tussen werkgever en werknemers over het gebruik van het apparaat. Bij het uit dienst treden mochten deze medewerkers hun iPad gewoon meenemen.

Rechtbank Haarlem meende dat de iPad geen communicatiemiddel is. Mede vanwege formaat, geheugen (32GB) en gebruiksmogelijkheden moest de iPad fiscaal als een computer gelden.

In hoger beroep oordeelt Hof Amsterdam nu anders. Het Hof vindt de parlementaire geschiedenis van het wetsartikel (artikel 15b van de Wet LB 1964) onvoldoende helder om een duidelijke afbakening te maken tussen apparaten die te beschouwen zijn als communicatiemiddel en apparaten die als computer zijn aan te merken. Sinds de eerste totstandkoming van deze bepaling in 2005-2006 heeft de technologische ontwikkeling geleid tot een verregaande vervaging van het onderscheid tussen computers enerzijds en communicatiemiddelen anderzijds. Deze onduidelijkheid speelde al in 2010, toen de iPads werden verstrekt door het bedrijf. De iPads hebben volgens het hof naar hun gebruiksmogelijkheden zowel elementen van een (klassiek) communicatiemiddel als elementen van een (klassieke) computer.

Fiscaal een computer of niet?

Voor de loonheffing is het toch nodig om een keuze te maken tussen communicatiemiddel (art. 15b, lid 1 f Wet LB 1964) of computer (art. 15b, lid 1 s Wet LB 1964). Een belangrijke overweging voor de hof om de iPad juist aan te duiden als communicatiemiddel is dat in elke situatie waarbij de gebruiker gegevens moet invoeren, er een toetsenbord verschijnt dat een belangrijk deel van het scherm in beslag neemt. Dit maakt de invoer van gegevens aanzienlijk minder vlot dan bij een computer het geval zou zijn. De beperkingen die hiervan een gevolg zijn, zijn niet of nauwelijks van belang bij de communicatietoepassingen (zoals sms, e-mail, en internet). Ze doen zich vooral voor bij die functies/applicaties die niet als communicatie zijn aan te merken. Het hof verwijst naar de woorden van de staatssecretaris in zijn besluit van 20 februari 2009 ten aanzien van smartphones: “het beeldscherm en de invoermogelijkheden zijn bij deze apparaten te beperkt voor langdurig gebruik als computer”.

Zakelijk gebruik van een communicatiemiddel

Waar een computer voor minimaal 90% zakelijk gebruikt zou moeten worden, ligt de lat bij communicatiemiddelen minder hoog. Hier is de vraag of het zakelijk gebruik van de iPads van meer dan bijkomstig belang was, dat wil zeggen meer dan 10%.

Over deze vraag oordeelt het hof dat met het oog op de activiteiten van de werkgever op het gebied van (elektronische) media, internet, ontwikkelingsactiviteiten daaromheen voldoende aannemelijk is dat het zakelijk gebruik van de betreffende iPads door in elk geval een flink deel van de werknemers boven de 10% van het gebruik zit.

Bron: loonzaken. Na 9 oktober 2014 zijn er geen wijzigingen meer in dit artikel aangebracht, derhalve zijn ook wijzigingen in regelgeving of ontwikkelingen in de rechtspraak van latere datum, niet verwerkt.